dinsdag 2 november 2010

Archiefding 11: Web 2.0

Ik ben deze cursus gaan doen om iets meer te weten te komen over het hoe en waarom, en het wel en wee van de (op dit moment bestaande!) sociale media. Hoewel ik er weinig mee deed, dacht ik er een paar wel enigszins te kennen. Wel nu, dat viel tegen, er blijken zoveel meer mogelijkheden te bestaan binnen de bestaande bekende applicaties. En dan blijken er ook nog minder bekende alternatieve applicaties te zijn die wellicht net weer even anders werken en waar je net weer even wat anders mee kunt doen. (bijv. Wordpress i.p.v. Blogger, en Vimeo i.p.v. YouTube). En het houdt natuurlijk niet op, nieuwe applicaties zullen komen (en sommige ook weer gaan).
Hoe scheid je het kaf van het koren, en welke gaan wij gebruiken om onze archieven meer onder de aandacht te brengen? Tja, dat ligt voor de hand: degenen die het meest gebruikt worden door het grote publiek.
Op welke wijze gaan wij ze gebruiken? Ik voel er weinig voor om op deze plek daar nu grootse vergezichten voor te schilderen, maar het gebruik van Google Maps (voor historische plattegronden en andere locatiegebonden archiefbescheiden/informatie, hetzij met één druk op de knop, hetzij als een soort voorportaal), YouTube (voor oude filmpjes en eventueel eentje met een rondleiding door onze depots en restauratieatelier) en Flickr (voor het kunnen laten uploaden van Amsterdamse foto's enerzijds (zoals wij nu al doen) en het kunnen laten toevoegen van metadata aan onbekende foto's uit onze collectie anderzijds) zou ik zeer toejuichen. Verder is het aan onze afdeling Publieksdiensten.
Ondertussen denk ik, als archiefinspecteur, verder over de nut en noodzaak van het al dan niet moeten willen (kunnen) archiveren van sommige (door Amsterdamse gemeentelijke diensten) gebruikte toepassingen. Zijn die tweets van onze wethouders dermate van historisch belang dat ik die voor de eeuwigheid zou willen bewaren? Ik weet het nog niet zeker, maar ik denk van niet; wordt vast vervolgd.  
  
        

2 opmerkingen:

23 Dingen zei

Goeie opmerkingen en vragen die je hier stelt. Uiteraard moeten er afwegingen worden gemaakt met welke dienst, service je in zee gaat. Aspecten als gebruik door de internetgemeenschap, bekendheid bij het publiek, maar ook levensvatbaarheid (Google zal er over 10 jaar denk ik ook nog wel zijn) spelen daarbij een rol. Ik denk zelf dat het A'damse Archief al heel goed bezig is in het gebruik van Flickr en Twitter. Doen de mensen van Publieksdiensten nu eigenlijk ook mee met dit 23AD traject?

Jacob Roggeveen zei

Ja, er doen een aantal personen van onze afdeling Publieksdiensten mee. Vandaar dat ik ook heel gemakkelijk naar hen kan verwijzen.