Ik heb geen eigen account aangemaakt! Mede omdat ik een beetje 2.0-moe begin te worden (o jee), maar vooral omdat ik mijzelf toch niet mijn hele boekenkast op LibraryThing zag plaatsen. Ik vind dat ik (uiteraard) hele mooie en bijzondere boeken in mijn kasten heb staan (er zullen niet veel personen zijn met prachtig Noordkoreaans proza), maar ik heb geen behoefte om dat met de hele wereld te delen of om er over te discussiëren. Ja, ik vertel er wel over, maar dan in de analoge wereld met mijn vrienden en kennissen.
Maar om het wel te leren kennen heb ik aan de 23archiefdingen-boekenkast een drietal boeken toegevoegd, waaronder dan toch maar één uit Noord-Korea. Die was te vinden via het systeem van de Library of Congress, maar er was geen kaft beschikbaar, dus die heb ik er maar even bijgescand en toegevoegd. Zie hier voor dat door mij toegevoegde boek. Bij de overige twee boeken moest ik overigens ook zelf een plaatje van de kaft toevoegen, maar die was via de site zelf al te vinden. En verder moest je natuurlijk weer zelf trefwoorden toevoegen. (Stel je voor dat ik dat met alle boeken uit mijn boekenkasten zou moeten doen!)
Ik ben er bepaald nog niet van overtuigd dat wij als archiefdienst onze boeken (ook) zouden moeten kenbaar maken via LibraryThing. Het kan natuurlijk geen kwaad, maar het zal weer heel wat werk zijn om dat voor elkaar te krijgen en bij te houden. En of het dat allemaal waard is, weet ik nog niet. Ik ben benieuwd naar verdere ervaringen van het Nationaal Archief in deze.
zondag 12 december 2010
zaterdag 11 december 2010
Archiefding 17: Sociale netwerken
Hoewel ik mijn analoge sociale netwerk vele malen belangrijker vind dan mijn digitale sociale netwerk, heb ik mij (uiteraard ook in het kader van deze cursus) bij een aantal netwerken aangemeld. Ik "zat" al op SchoolBANK, en ik "zit" nu ook op LinkedIn, Flickr en Facebook.
Ik ben er bepaald nog niet uit met mijn gedachten over "het digitale sociale netwerk", in de privésfeer. Ik zie mijzelf niet als iemand die via die digitale sociale netwerken nu eens flink gaat "praten of discussiëren" (of noem het "delen") met al mijn digitale vrienden. Maar sommige zaken lenen zich daar wel voor. Ik zou bijvoorbeeld na elk reisje wat foto's op mijn Facebook-pagina kunnen zetten en alle vrienden (die dat willen) kunnen ze dan meteen bekijken. Dat is handiger dan dat ik enkele vrienden via e-mail wat verkleinde foto's toezend. Maar ik zie het toch ook vooral als een netwerk dat gebruikt kan worden "als je op zoek bent naar iets", bijvoorbeeld een baan. Daar is niets mis mee, maar als je niet op zoek bent naar "iets", dan gebruik je het dus minder. (Voorbeeldje via SchoolBANK. Ik werd benaderd door een klasgenootje waar ik 27 jaar lang geen contact mee had gehad. Het analoge contact in een café was heel gezellig (herinneringen ophalen), maar uiteindelijk had zij contact gezocht vanwege mijn werk en op dat gebied wilde zij zaken doen. Zij was "op zoek naar iets".)
Het moge duidelijk zijn, mijn ervaringen zijn nog pril. (Ik heb mij pas net aangemeld bij Facebook, en de "vriendverzoeken" zijn maar net rondgezonden. Ik heb wel al wat reisfoto's geupload.) De ervaring zal leren hoe ik hier over een tijdje tegenaan kijk.
Op professioneel gebied, het volgende. Ik heb mij aangemeld bij Archief 2.0. (Nu pas? Ja, nu pas.) Ik volgde Archief 2.0 wel al via Twitter, en daar werd ik niet direct warm of koud van. Wellicht gaat dat nu veranderen. Verder geldt dat wij als Stadsarchief Amsterdam op Facebook zitten. Ik heb daar in mijn werk niet zo veel mee te maken en dus weinig ervaring mee, maar ik geloof dat het wel succesvol is.
Ik ben er bepaald nog niet uit met mijn gedachten over "het digitale sociale netwerk", in de privésfeer. Ik zie mijzelf niet als iemand die via die digitale sociale netwerken nu eens flink gaat "praten of discussiëren" (of noem het "delen") met al mijn digitale vrienden. Maar sommige zaken lenen zich daar wel voor. Ik zou bijvoorbeeld na elk reisje wat foto's op mijn Facebook-pagina kunnen zetten en alle vrienden (die dat willen) kunnen ze dan meteen bekijken. Dat is handiger dan dat ik enkele vrienden via e-mail wat verkleinde foto's toezend. Maar ik zie het toch ook vooral als een netwerk dat gebruikt kan worden "als je op zoek bent naar iets", bijvoorbeeld een baan. Daar is niets mis mee, maar als je niet op zoek bent naar "iets", dan gebruik je het dus minder. (Voorbeeldje via SchoolBANK. Ik werd benaderd door een klasgenootje waar ik 27 jaar lang geen contact mee had gehad. Het analoge contact in een café was heel gezellig (herinneringen ophalen), maar uiteindelijk had zij contact gezocht vanwege mijn werk en op dat gebied wilde zij zaken doen. Zij was "op zoek naar iets".)
Het moge duidelijk zijn, mijn ervaringen zijn nog pril. (Ik heb mij pas net aangemeld bij Facebook, en de "vriendverzoeken" zijn maar net rondgezonden. Ik heb wel al wat reisfoto's geupload.) De ervaring zal leren hoe ik hier over een tijdje tegenaan kijk.
Op professioneel gebied, het volgende. Ik heb mij aangemeld bij Archief 2.0. (Nu pas? Ja, nu pas.) Ik volgde Archief 2.0 wel al via Twitter, en daar werd ik niet direct warm of koud van. Wellicht gaat dat nu veranderen. Verder geldt dat wij als Stadsarchief Amsterdam op Facebook zitten. Ik heb daar in mijn werk niet zo veel mee te maken en dus weinig ervaring mee, maar ik geloof dat het wel succesvol is.
woensdag 8 december 2010
Archiefding 16: Instant Messaging
Mede omdat ik vanwege een vakantie-afwezigheid wat achterloop, ook met mijn gewone werkzaamheden, ga ik hier niet veel woorden aan vuil maken.
Skype kende ik al. Fantastisch middel om mijn buitenlandse vrienden te kunnen zien en mee te kunnen praten. En ja, chatten kun je er ook mee.
Zojuist heb ik via Gmail een chat-sessie achter de rug met collega-blogger Laurablogtook. Het duurde alleen even voordat de juiste uitnodigingen verstuurd en geaccepteerd waren (en het was zelfs nodig om elkaar middels de goeie oude telefoon (mobiel, dat wel) even te spreken voordat het werkte). Maar goed, dat zal aan mij gelegen hebben.
Het spijt me, maar ik zie niet echt mogelijkheden voor een gebruik in het archiefwezen. Chatten met een archiefdienst? Er zijn wel grenzen, hoor!
Skype kende ik al. Fantastisch middel om mijn buitenlandse vrienden te kunnen zien en mee te kunnen praten. En ja, chatten kun je er ook mee.
Zojuist heb ik via Gmail een chat-sessie achter de rug met collega-blogger Laurablogtook. Het duurde alleen even voordat de juiste uitnodigingen verstuurd en geaccepteerd waren (en het was zelfs nodig om elkaar middels de goeie oude telefoon (mobiel, dat wel) even te spreken voordat het werkte). Maar goed, dat zal aan mij gelegen hebben.
Het spijt me, maar ik zie niet echt mogelijkheden voor een gebruik in het archiefwezen. Chatten met een archiefdienst? Er zijn wel grenzen, hoor!
maandag 6 december 2010
Archiefding 15: Twitteren, het vervolg
Op aanraden van Petra heb ik mij helemaal aan het begin van de cursus al "aangemeld" bij Twitter. Ik heb daar toen ook al over geblogd, zie mijn blog van 14 september jl.Ik "zit" vooral op Twitter om te bekijken wat voor tweets zoal voorbij komen en of dat iets is wat gearchiveerd (blijvend bewaard) zou moeten (kunnen) worden. Ik ben volger van een aantal landelijke en plaatselijke politici, wat andere bn-ers, en uiteraard ook onze twee cursusleiders. (Als mede-wereldreiziger vind ik het natuurlijk leuk om @floortjedessing te volgen, maar die twittert ongeveer 1 keer in de 7 a 10 dagen, dus dat is niet echt dynamisch. En als ik dan reageer op een tweet, krijg ik geen reactie. Maar ja, als een twitteraar heel veel volgers heeft, krijgt deze natuurlijk ook heel veel reacties, dus dat is dan ook wel weer begrijpelijk.)
Om alle inkomende tweets te kunnen stroomlijnen heb ik op aanraden van Rob Tweetdeck geinstalleerd en dat werkt inderdaad zeer rustgevend. Dus dat was een goede tip.
Goed, ik volg dus nu aantal maanden landelijke politici, en een tweetal plaatselijke wethouders, zijnde @ericvanderburg en @lodewijka. Hoewel het soms interessant is om de mening van zo'n politicus, of zijn/haar reactie op een gebeurtenis of tweet, via Twitter voorbij te zien komen, ben ik tot de voorlopige conclusie gekomen dat die tweets niet te bewaren zijn. Er zit gewoonweg te veel "rommel" (lees: niet interessant genoeg) tussen, en de interessante, nieuwswaardige tweets worden door de gewone media opgepikt en aldaar als nieuws gebracht ("Geert Wilders heeft via Twitter laten weten dat ....") en aldus bewaard. Misschien ben ik te snel met mijn conclusie, maar dat zal alleen de toekomst leren.
Om alle inkomende tweets te kunnen stroomlijnen heb ik op aanraden van Rob Tweetdeck geinstalleerd en dat werkt inderdaad zeer rustgevend. Dus dat was een goede tip.
Goed, ik volg dus nu aantal maanden landelijke politici, en een tweetal plaatselijke wethouders, zijnde @ericvanderburg en @lodewijka. Hoewel het soms interessant is om de mening van zo'n politicus, of zijn/haar reactie op een gebeurtenis of tweet, via Twitter voorbij te zien komen, ben ik tot de voorlopige conclusie gekomen dat die tweets niet te bewaren zijn. Er zit gewoonweg te veel "rommel" (lees: niet interessant genoeg) tussen, en de interessante, nieuwswaardige tweets worden door de gewone media opgepikt en aldaar als nieuws gebracht ("Geert Wilders heeft via Twitter laten weten dat ....") en aldus bewaard. Misschien ben ik te snel met mijn conclusie, maar dat zal alleen de toekomst leren.
donderdag 18 november 2010
Archiefdingen 13 en 14: Wiki's
Ik heb een aantal van de genoemde wiki-sites bekeken. Ik vond die van Tilburg en Sint-Anna Ter Muiden wel aardig. Bij een wiki is het in eerste instantie de bedoeling dat meerdere personen de betreffende site vullen met informatie. Dus als je als archiefdienst een wiki in wilt zetten, dan doe je dat omdat je wilt dat je 2.0-bezoekers 'meeschrijven' aan de site, en deze van informatie voorzien. (Met weer dat prachtige argument dat je bezoekers er een grotere betrokkenheid bij jouw organisatie van krijgen.)
Er zijn diverse onderwerpen te verzinnen voor een mooie wiki-site; ik noem er één: onze werelderfgoed Grachtengordel. Alle grachtenpandjes opnemen en laat een ieder die (historische) informatie heeft (over de panden, bewoners, monumentwaarde, interieur, inclusief foto's) de site vullen.
De gemeente Amsterdam heeft een wiki-site voor zijn ambtenaren. Het Stadsarchief vult een pagina met veel gestelde vragen over het digitale werken. Zie alhier: wiki. (Wellicht is deze alleen te zien voor de Amsterdamse cursisten.)
Zie hier mijn bijdrage op de 23-Archiefdingen wiki over mijn favoriete reisbestemming. Ik vond de site vrij eenvoudig te "snappen".
Er zijn diverse onderwerpen te verzinnen voor een mooie wiki-site; ik noem er één: onze werelderfgoed Grachtengordel. Alle grachtenpandjes opnemen en laat een ieder die (historische) informatie heeft (over de panden, bewoners, monumentwaarde, interieur, inclusief foto's) de site vullen.
De gemeente Amsterdam heeft een wiki-site voor zijn ambtenaren. Het Stadsarchief vult een pagina met veel gestelde vragen over het digitale werken. Zie alhier: wiki. (Wellicht is deze alleen te zien voor de Amsterdamse cursisten.)
Zie hier mijn bijdrage op de 23-Archiefdingen wiki over mijn favoriete reisbestemming. Ik vond de site vrij eenvoudig te "snappen".
woensdag 10 november 2010
Archiefding 12: Tagging en Social bookmaking
Het lijkt mij dat er verschillende redenen zijn waarom een organisatie de mogelijkheid biedt van het kunnen toevoegen van tags (trefwoorden) op zijn website. Als een websitebezoeker "de moeite neemt" om tags toe te voegen aan jouw website, ontstaat er een soort betrokkenheid van die bezoeker bij jouw organisatie. En dat is mooi natuurlijk. De verschillende toegevoegde tags bij een en hetzelfde plaatje geven natuurlijk een leuk beeld van de "beleving" die de diverse bezoekers hadden bij het zien van het plaatje.
Een meer serieuzere toepassing wordt het natuurlijk als een archiefdienst de "hulp" van het publiek vraagt bij het "toegankelijk maken" van onbekende mensen of gebouwen op foto's of filmpjes die zij onder hun beheer hebben. Lijkt me een prima toepassing; natuurlijk zijn er nadelen te verzinnen, maar ik denk dat de voordelen overheersen.
Wellicht is de volgende toepassing er ook nog één: als je nu wilt dat je foto's voor de hele wereld doorzoekbaar zijn, dan kun je bepaalde bij de foto's behorende trefwoorden in alle (grotere) wereldtalen als tags toevoegen. Ja veel werk, maar zelfs die Braziliaan die in het Portugees aan het zoeken is, vindt jouw plaatje.
Ik heb een eigen Delicious account gemaakt, en heb vervolgens een aantal favorieten toegevoegd. (Handmatig, want automatisch verliep dat niet zo handig. Ik vond het trouwens lastig genoeg om de website goed te doorgronden, maar dat kan ook komen doordat ik niet genoeg tijd neem om de Engelse toelichtingen goed te lezen. Ja fout, maar ik ben vast niet de enige.)
Het is grappig om te zien hoeveel andere personen dezelfde favorieten hebben, en dan vooral welke tags zij aan die website hebben toegevoegd. En natuurlijk heb ik bij een aantal van die personen gekeken welke favorieten zij nog meer hadden, en dat bracht mij dan weer op het idee sommige daarvan ook bij mij toe te voegen (en nu wel automatisch, want dat is maar één druk op een knop).
En ik heb medeblogger Lias 2.0 (onder zijn eigen naam) toegevoegd aan mijn "network".
Een meer serieuzere toepassing wordt het natuurlijk als een archiefdienst de "hulp" van het publiek vraagt bij het "toegankelijk maken" van onbekende mensen of gebouwen op foto's of filmpjes die zij onder hun beheer hebben. Lijkt me een prima toepassing; natuurlijk zijn er nadelen te verzinnen, maar ik denk dat de voordelen overheersen.
Wellicht is de volgende toepassing er ook nog één: als je nu wilt dat je foto's voor de hele wereld doorzoekbaar zijn, dan kun je bepaalde bij de foto's behorende trefwoorden in alle (grotere) wereldtalen als tags toevoegen. Ja veel werk, maar zelfs die Braziliaan die in het Portugees aan het zoeken is, vindt jouw plaatje.
Ik heb een eigen Delicious account gemaakt, en heb vervolgens een aantal favorieten toegevoegd. (Handmatig, want automatisch verliep dat niet zo handig. Ik vond het trouwens lastig genoeg om de website goed te doorgronden, maar dat kan ook komen doordat ik niet genoeg tijd neem om de Engelse toelichtingen goed te lezen. Ja fout, maar ik ben vast niet de enige.)
Het is grappig om te zien hoeveel andere personen dezelfde favorieten hebben, en dan vooral welke tags zij aan die website hebben toegevoegd. En natuurlijk heb ik bij een aantal van die personen gekeken welke favorieten zij nog meer hadden, en dat bracht mij dan weer op het idee sommige daarvan ook bij mij toe te voegen (en nu wel automatisch, want dat is maar één druk op een knop).
En ik heb medeblogger Lias 2.0 (onder zijn eigen naam) toegevoegd aan mijn "network".
dinsdag 2 november 2010
Archiefding 11: Web 2.0
Ik ben deze cursus gaan doen om iets meer te weten te komen over het hoe en waarom, en het wel en wee van de (op dit moment bestaande!) sociale media. Hoewel ik er weinig mee deed, dacht ik er een paar wel enigszins te kennen. Wel nu, dat viel tegen, er blijken zoveel meer mogelijkheden te bestaan binnen de bestaande bekende applicaties. En dan blijken er ook nog minder bekende alternatieve applicaties te zijn die wellicht net weer even anders werken en waar je net weer even wat anders mee kunt doen. (bijv. Wordpress i.p.v. Blogger, en Vimeo i.p.v. YouTube). En het houdt natuurlijk niet op, nieuwe applicaties zullen komen (en sommige ook weer gaan).
Hoe scheid je het kaf van het koren, en welke gaan wij gebruiken om onze archieven meer onder de aandacht te brengen? Tja, dat ligt voor de hand: degenen die het meest gebruikt worden door het grote publiek.
Op welke wijze gaan wij ze gebruiken? Ik voel er weinig voor om op deze plek daar nu grootse vergezichten voor te schilderen, maar het gebruik van Google Maps (voor historische plattegronden en andere locatiegebonden archiefbescheiden/informatie, hetzij met één druk op de knop, hetzij als een soort voorportaal), YouTube (voor oude filmpjes en eventueel eentje met een rondleiding door onze depots en restauratieatelier) en Flickr (voor het kunnen laten uploaden van Amsterdamse foto's enerzijds (zoals wij nu al doen) en het kunnen laten toevoegen van metadata aan onbekende foto's uit onze collectie anderzijds) zou ik zeer toejuichen. Verder is het aan onze afdeling Publieksdiensten.
Ondertussen denk ik, als archiefinspecteur, verder over de nut en noodzaak van het al dan niet moeten willen (kunnen) archiveren van sommige (door Amsterdamse gemeentelijke diensten) gebruikte toepassingen. Zijn die tweets van onze wethouders dermate van historisch belang dat ik die voor de eeuwigheid zou willen bewaren? Ik weet het nog niet zeker, maar ik denk van niet; wordt vast vervolgd.
Hoe scheid je het kaf van het koren, en welke gaan wij gebruiken om onze archieven meer onder de aandacht te brengen? Tja, dat ligt voor de hand: degenen die het meest gebruikt worden door het grote publiek.
Op welke wijze gaan wij ze gebruiken? Ik voel er weinig voor om op deze plek daar nu grootse vergezichten voor te schilderen, maar het gebruik van Google Maps (voor historische plattegronden en andere locatiegebonden archiefbescheiden/informatie, hetzij met één druk op de knop, hetzij als een soort voorportaal), YouTube (voor oude filmpjes en eventueel eentje met een rondleiding door onze depots en restauratieatelier) en Flickr (voor het kunnen laten uploaden van Amsterdamse foto's enerzijds (zoals wij nu al doen) en het kunnen laten toevoegen van metadata aan onbekende foto's uit onze collectie anderzijds) zou ik zeer toejuichen. Verder is het aan onze afdeling Publieksdiensten.
Ondertussen denk ik, als archiefinspecteur, verder over de nut en noodzaak van het al dan niet moeten willen (kunnen) archiveren van sommige (door Amsterdamse gemeentelijke diensten) gebruikte toepassingen. Zijn die tweets van onze wethouders dermate van historisch belang dat ik die voor de eeuwigheid zou willen bewaren? Ik weet het nog niet zeker, maar ik denk van niet; wordt vast vervolgd.
Abonneren op:
Posts (Atom)